IndexPortalFAQZoekenGebruikersgroepenGebruikerslijstRegistrerenInloggen
Summary
;; 22 Years Later

Het is 22 jaar geleden sinds Harry, Ron en Hermelien op Zweinstein hebben gezeten. De rust is wedergekeerd in de Toverwereld, Zweinstein heeft een nieuw Schoolhoofd, op het Ministerie is een nieuwe Minister van Toverkunst aangesteld en alles gaat van zijn leien dakje.
De kinderen van de oude-leerlingen van Zweinstein gaan nu naar de Magische school toe. Zoals gewoonlijk is er rivaliteit tussen Griffoendor en Zwadderich, zal er weer genoeg Zwerkbal gespeeld worden en zullen weer nieuwe geheimen van het kasteel worden ontdekt.
Het Seizoen
We mogen met trots meedelen dat de eerste sneeuw gevallen is! Ook de koude heeft toegeslagen. De directie wenst u nog een prettige dag verder.
Belangrijke Topics
Regels;
- Rules & Ranks

Informatie;
- Bekende Personages
- Points
- Wizard ID
- FaceClaim

Lessen;
- Lessen
- Aanmelden Docent

Sorteren;
- Sorteren
- Lijst
Het Team
// Admins
» Lyra Lupin
» Connor O'Macinsons
// Mods
» x

Deel | 
 

 Footsteps Of A Stranger

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Lyra Lupin
Moderator & Klassenoudste


Posts : 530

Wizard ID
Leeftijd: 15 Jaar
Partner: I'll be your teddywolf forever
Bekwaamheid: Fabeldieren (Draken)&Kruidkunde

BerichtOnderwerp: Footsteps Of A Stranger   wo aug 01, 2012 11:19 am

Voetstappen weerklonken in de lege gangen, haar ogen schoten open terwijl ze versuft op keek. Ze zag overal stenen, het leek op een ondergrondse gang. Hier en daar branden aan de muur ouderwetse fakkels. Haar vingers gingen naar de pijnlijke plek op haar hoofd en toen ze haar vingers langs haar huid haalde kleurde ze rood. Verdwaasd keek ze naar het bloed terwijl de voetstappen bleven klinken. Ze probeerde op te staan maar voelde hoe pijnlijk het was voor haar ribben en zakten gelijk weer op de vloer. In het vage schijnsel van de dichtstbijzijnde fakkel kon ze zien dat haar shirt niet donkerder was geworden wat duiden dat er geen wond zat. Waarschijnlijk gewoon verrekte spieren. Terwijl ze haar tanden op elkaar beet stond ze op en hapte naar adem door de steken die ze voelde. Waar de voetstappen vandaan kwamen was haar een raadsel, maar ze kon twee kanten op en ze wist niet welke ze moest nemen. Langzaam begon ze de ene voet voor de andere te zetten, haar lange haar vielen voor haar ogen en bleven bij de bloedplek op haar voorhoofd hangen. De voetstappen hielden even op, en leken daarna het dubbele tempo te hebben van daarvoor. Haar dunne vingers tasten de stenen muur af naar hou vast. Ze ging niet snel genoeg, wie of wat er ook aan kwam, meestal was het niet veel goeds.

De gang leek eindeloos door te gaan, en het geluid bleef klinken. Haar hart klopten in haar keel, haar ogen schoten heen en weer en af en toe keek ze achterom. Waar kwam dat geluid vandaan, voor haar was er nog niets te zien. Het begon lichter de woorden aan wat leek het einde van de gang. Haar lichaam huiverde door de koud die daar vandaan kwam. Haar adem veranderde in kleine wolkjes, en ze deed haar vest iets dichter om haar lichaam heen. Langzaam liep ze verder haar vingers nog steeds langs de muur glijdend en ze raakten opeens iets glads en kouds. Haar vingers verdwenen gelijk van het koele oppervalk. Haar vingers voelde vochtig aan, het was ijs. De muren gingen langzaam over in ijs.. Het geluid van de voetstappen leek dichterbij, en ze zetten haar voeten weer in beweging. Ze kwam op een kruising en keek de gangen in, ze besloot links te gaan. Na een paar meter de gang in te zijn gelopen kon ze niet verder, een doodlopende gang. Waarom was er in hemelsnaam een doodlopende gang van een paar meter?! Haar ademhaling werd sneller, en haar ogen keken naar de muur van ijs. Ze moest terug, want er leek hier geen verborgen door gang te zijn. De spieren bij haar ribben stribbelde tegen toen ze rechtop wilde gaan staan. Haar ogen sloten zich terwijl haar spieren branden, ze moest rustig blijven en nadenken. Hoe zou ze hier het snelste weg komen, of misschien was handiger te bedenken waar ze überhaupt was. Toen ze stil bleef was het enige dat ze hoorde haar hartslag, en haar ademhaling. De voetstappen leken verdwenen, voor ze haar hoofd om had gedraaid voelde ze een hand op haar mond en klemde iemand haar tegen zich aan. Haar gedachten begonnen in paniek te raken.

Haar zicht verdween, en ze voelde hoe de grond onder haar voeten verdween. Ze kon de ademhaling van de persoon horen, was dat de gene die ze al die tijd had horen lopen? ‘Ze is gevonden.’ Hoorde ze een stem zeggen. Maar er was niemand behalve zijzelf en de persoon die haar ergens mee naar toe nam. Tegen wie zou de persoon aan het praten zijn, de stem herkende ze niet. Ze voelde bijna de blik van de man want dat was het die haar droeg in haar gezicht prikken. Maar haar zicht was nog niet terug gekeerd. Waar bracht hij haar naar toe, en waarom moest ze gevonden worden? Haar keel voelde droog aan, en ze kreeg geen woord eruit. Ze probeerde haar vingers te strekken en te buigen, wat de man even liet stoppen. Toen hij merkte dat ze hem niet zag zetten hij zijn tocht weer voor, haar oogleden gingen open en dicht maar ze zag niks. Wat hadden ze met haar ogen gedaan? De temperatuur van de omgeving veranderde van de ijzige kou naar een bijna knusse warmte, die behaaglijk tegen de blote huid van haar handen en gezicht voelde. Ze ademde diep in, veel meer kon ze niet haar lichaam voelde verlamd aan in de armen van de vreemdeling. Er kwam opeens een golf van geluid op haar af, ze werd nog steeds door een gang gedragen maar ze kwamen beschaving tegen. Tot nu toe nog had de vreemdeling haar nog geen kwaad gedaan, maar of ze blij moest zijn dat hij haar droeg wist ze niet. Waarom was ze eigenlijk wakker geworden in die gang, wat deed ze in zo’n rare plek? En hoe was ze gewond geraakt, terwijl ze over alles probeerde na te denken begon er een stekende hoofdpijn op te komen. ‘Kan je staan?’ zei de stem, haar hoofd knikte de beweging waarvan ze dacht dat het ja betekende.

Ze voelde hoe haar voeten de grond raakten, en even tintelde haar benen en stond ze onstabiel terwijl ze ondersteunt werd. Haar benen sliepen omdat de doorbloeding slecht was geweest toen ze gedragen was. ‘Ik ondersteun je, probeer niks raars te doen we zijn er bijna.’ Zei de man. Hij klonk niet zo heel oud, maar ze had geen beeld bij hem, dus was schatten sowieso al moeilijker. Ze voelde een gespierde arm haar beet houden terwijl ze langzaam begon te lopen. Het gegons in de lucht van de stemmen werd steeds harder, bijna wilde ze haar handen naar haar oren brengen maar de man hield een van haar handen tegen zonder een woord te zeggen. Terwijl hij zijn hand nog niet had laten zakken voelde ze zijn vingers even op de brug van haar neus. De omgeving was zacht verlicht, en ze knipperde een paar keer snel met haar ogen. Ze kon een grote zaal binnen kijken omdat een houten deur open stond, een klein meisje keek recht naar haar en de man. En voor ze er erg in had was het meisje de zaal uit gerend en had zich aan haar vast geklemd. Een beetje verbijsterd legde ze haar armen om het meisje ‘Waar was je Shielle, waarom was je weg?’ vroeg het meisje. Hoe kende ze haar naam? Het meisje liet haar los, en pakten haar vrije hand beet. Even dwaalde haar blik naar de man die haar net gedragen had, hij bleek niet veel ouder te zijn dan zij was.

Hij ondersteunde haar linkerarm nog steeds en keek haar doordringend aan. Die blik bezorgde haar de rillingen, hij keek haar zo onbeschaamd aan. Kende hij haar zo goed dat hij dat kon doen? Een paar mensen in de zaal leken door te hebben dat er mensen op de gang stonden, en een iemand een oudere man wenkte haar om binnen te komen. Met de jongen aan haar linkerkant en het meisje aan haar rechterhand liep ze langzaam door de grote deuropening naar binnen. Verscheidene mensen keken haar aan, sommige met een vuile blik en andere met blijdschap. ‘Shielle Messiah, wat goed om je terug te zien.’ Zei de man met een warme lach. Waarom leken zoveel haar naam te kennen terwijl ze geen idee had wie deze mensen waren?

Het gegons dat in de lucht had geklonken door de vele stemmen werden langzaam zachter tot ze verdwenen na dat de oude man gesproken had. Wat onzeker keken haar groene ogen de mensen menigte rond. Ze bleven gelukkig op gepaste afstand, in tegenstelling tot de jongen die haar gedragen had. Ze had de neiging om te vragen of hij haar misschien los kon laten en weg kon gaan. Maar haar stem leek nog niet er uit te willen komen. ‘Kom Ivy.’ Zei de man naast de oudere die haar net begroet had. Ze gokte dat het de vader was van het kleine meisje dat haar half besprongen had in de gang. Het meisje keek even op naar Shielle, en liet daarna haar hand los en liep naar de man die haar geroepen had. Nu was alleen nog de jongen in haar directe omgeving, hij keek maar niet weg en Shielle begon zich er erg ongemakkelijk door te voelen. Voorzichtig schraapte ze haar keel, en er kwam een beetje geluid bij vrij, misschien kon ze proberen iets te zeggen. Het was een simpele schorre fluistering, maar het was een begin. ‘Kan je me misschien los laten?’ zei ze zacht. De jongen keek haar nog steeds onveranderd aan, de mensen begonnen hun gesprekken weer op te pakken, maar het was stiller dan daarvoor. Ze voelde blikken in haar rug prikken, wat dachten ze dat er ging gebeuren? Shielle had hier niks te doen, de oude man kwam naar haar toe. ‘Ik hoop dat het niet te moeilijk was, en ze je niks ernstigs hebben aangedaan.’ Zei hij. Maar hij viel stil toen hij haar haren zag die vastgeplakt zaten aan het opgedroogde bloed op haar voorhoofd. Ze keek hoe de man naar de jongen keek, ‘Weet je hoe ze er aan komt?’ zei hij op een erg, wat op haar over kwam boze toon.

Haar blik ging naar de jongen naast haar die nog steeds vrij weinig had gezegd ‘Ik zou haar nooit iets aan doen.’ Het leek bijna alsof de jongen een beest was dat gromde. Zijn vingers klemde zich rond haar arm, en ze probeerde haar arm los te trekken omdat hij te hard beet hield. Ze beet op haar lip ‘Laat me los.’ Zei ze met een iets vastere stem. De oude man keek haar aan, hij had haar nog niet horen praten sinds ze binnen was gekomen. ‘Gaat het wel meisje, hebben ze je iets aangedaan?’ haar ogen schoten weer naar de oudste. ‘Wie hebben me iets aan moeten doen, ik weet niet waar u het over heeft. Laat staan dat ik weet wie al deze mensen zijn, wat deed ik in die gang?’ zei ze. Ze voelde bij de woorden die gang de greep van de jongen nog steviger worden. ‘Laat me *slecht woordgebruik* los.’ Riep Shielle naar de jongen terwijl de tranen in haar ogen sprongen. Haar huid voelde beurs aan, en de jongen liet haar los, alsof er een schok door haar huid naar zijn lichaam was gegaan. Zijn blik zou ze nooit vergeten. Blauwe ogen die haar aan keken, het leek alsof hij de last van de wereld op zijn schouders droeg. Maar hij leek om nog iets anders pijn te hebben, een paar mensen hadden opgekeken toen ze had geschreeuwd naar de jongen haar los te laten. En een meisje kwam naar haar toe ‘Kom, dan zal ik je even wat tijd voor jezelf geven.’ Zei ze en stak haar hand uit, de oude man knikte, en aarzelend bleef haar hand boven die van het meisje hangen. Uiteindelijk pakten ze hem maar beet, veel erger dan deze mensen kon het niet worden. Ze wilde haar gezicht wassen, dat bloed weg halen.. Ze haalde diep adem, en ze liet zich door een kleinere deur aan de zijkant van de zaal weg voeren. Ze liepen een smalle gang door, die feller verlicht werd dan de gang waar ze in wakker was geworden. Uiteindelijk kwamen ze in een goed verlichte kamer, niet heel groot maar wel schoon. Er stond een bak met water en doeken erbij, het was niet erg luxe zoals ze gewend was, maar het was voor nu meer dan genoeg. Haar vingers raakten het koele water en ze maakten een kommetje van haar handen en boog haar hoofd naar voren.

Ze liet het water langs haar huid gaan, en het stroomde de kom weer in, na de handeling een paar keer te herhalen voelde haar gezicht schoner, en ze liet het bloed ook uit haar haren weken. Waarna het water een licht rode kleur kreeg, ze pakten de handdoek die naast de kom lag en depten haar gezicht ermee. Haar haren droogte ze voorzichtig en liet het daarna gewoon drogen. Het meisje haalde een doekje tevoorschijn en deed die voorzichtig op de kleine snee op haar voorhoofd vlakbij haar haargrens. Met een dun verbandje hield ze hem op zijn plaats. ‘Je herkent niemand is het wel?’ zei het meisje op kalme toon, ‘je hebt geen idee waar je bent, heb ik gelijk?’ vroeg ze vriendelijk.
‘Hoe komt het dat mensen mijn naam kennen, terwijl ik geen idee heb wie hun zijn?’ haar stem klonk onzeker. En het voelde nog steeds alsof ze hem al weken niet had gebruikt, ‘Ooit kende je al hun namen, stuk voor stuk.’ Zei het meisje. ‘Jess, zo heet ik. Je kent me al sinds ik klein ben. Je bent een jaar ouder.’ De woorden leken zo onwaar, al wist ze onbewust dat het meisje echt Jess heten. ‘De jongen die je gevonden heeft, Ceann. Je hield van hem, en gaf alles op in de hoop zijn leven veilig te houden. Dat was de eerste reden dat alles verkeerd ging in je leven.’ De toon van het meisje was veranderd, en haar blik ook. De donkere bijna zwarte ogen leken in haar eigen groene ogen te boren, elk greintje van vriendelijkheid was verdwenen. ‘Ik had verwacht dat we je niet meer terug zouden vinden, maarja het blijkt dat je huurlingen nooit kan vertrouwen.’ Zei Jess. Haar groene ogen keken verward, opeens drong het beeld van Ceann die haar teder beet hield in haar gedachten. Tranen sprongen in haar ogen, omdat gelijk er achteraan het beeld van hem en Jess kwam. Vele malen intiemer dan Shielle ooit wilde zien. Tranen branden maar stroomden nog niet over haar wangen, de grijns van Jess was bijna onmenselijk te noemen.

Er werd op de deur geklopt en de deur ging open, en als in een waas zetten haar benen het op een rennen. Weg van die kamer, en vooral weg van Jess, er was iets aan haar dat vreselijk verkeerd voelde. Shielle had niet gezien wie de kamer binnen had willen gaan ze wist wel dat die persoon waarschijnlijk gevallen was toen ze langs de persoon rende. Doordat de gang smal was en er een aantal afslagen genomen konden worden botsen ze verscheidene keren tegen de muren op. Maar probeerde niet teveel tijd te besteden, ze moest weg. Weg van deze plek, dat meisje, en die jongen. Dan was er nog die jongen, hoe had hij geheten.. Ceann? Waarom klonk die naam ergens bekend, maar toch weer niet. Haar hersenen konden er maar niet uit komen. Niks leek logisch te zijn, uit het niets leek de jongen opeens voor haar te staan en het was te laat om af te remmen. Ondanks haar vaart viel hij niet door de klap, hij ving haar juist op. ‘Laat me met rust, ik ken je niet eens. Waarom ben ik hier, waarom probeerde ze huurlingen op me af te sturen. Wat heb ik gedaan dat ze me dood wilt?’ riep ze in paniek uit. Kleine schokjes verschenen rond haar vinger toppen, haar groene ogen werden groot toen ze de kleine bliksem schichten zag. De jongen zijn blauwe ogen keken naar haar handen ‘Rustig meis, je wilt het niet gebruiken. Je hebt er al een keer eerder spijt van gehad. Ik heb je beloofd dat je het niet nog een keer hoefde door te maken.’ Zei de jongen. ‘Als je me tenminste nog steeds vertrouwt, zelfs al lijk je me niet te herkennen.’ Haar groene ogen gingen van haar vingers naar de blauwe ogen die haar strak aan keken, ‘Ceann.’ Zei ze zacht.

[De eerste drie stukken die ik gepost had op ws x] Ik ga het nu hier ook gewoon posten xD]
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
 
Footsteps Of A Stranger
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» [Deputy Ceremonie] I'd like you to follow me in my footsteps like you already did

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
The Next Generation :: All About Potter :: Magic of Art-
Ga naar: